Eröffnung des Anne-de-Croÿ-Platzes - Nachrichtenbeitrag auf Aarschot.be
Zurück zur Übersicht
Am Samstag, dem 27. Juni, fand die feierliche Eröffnung des Anne-de-Croÿ-Platzes im Herzen von Aarschot statt. Der Hertogelijk Plein hat damit offiziell einen neuen Namen erhalten. Er heißt nun Anne-de-Croÿ-Platz und erinnert an die hochadelige Anne de Croÿ (1564–1635), die eng mit der Geschichte unserer Stadt verbunden ist.
Auf dem Programm standen Ansprachen unseres Bürgermeisters sowie der Historikerin Mirella Marini, die einen Podcast über Anne de Croÿ erstellt hat. Außerdem enthüllten wir das Denkmal, das nun den Namen Anne de Croÿ trägt. Für die musikalische Umrahmung sorgte die Harfenistin Britt Simons. Anschließend besuchten wir unsere wunderschöne Liebfrauenkirche, wo wir das Archiv und das Heilige Rosenkranzregister mit Bezug zu Anne de Croÿ besichtigten.
Möchten Sie mehr über Anne de Croÿ erfahren? Hören Sie den Podcast Frauen des Hauses von Mirella Marini und Freeke De Meyer auf Spotify oder Instagram: https://open.spotify.com/show/5jg2FQiZVb6Eb04lxj50A5.
Foto's genomen door Inkfish Media in opdracht van de stad Aarschot. | Photos taken by Inkfish Media on behalf of the City of Aarschot. | Photos prises par Inkfish Media pour le compte de la Ville d'Aarschot. | Fotos aufgenommen von Inkfish Media im Auftrag der Stadt Aarschot.
Speech van Mirella Marini
Goeiemorgen beste burgemeester, goeiemorgen beste onderdanen van de hertogin van Aarschot,
Ik zou willen beginnen met een woord van dank omdat ik hier vandaag getuige mag zijn van het feit dat Anna van Croy 400 jaar na haar dood geëerd wordt met een eigen plein. Ik kan de stad niet uit naam van de hertogin zelf bedanken. Dat zou ze maar vreemd gevonden hebben, want ik denk dat mijn bloed daar niet blauw genoeg voor is.
Ik ga u niet vertellen wanneer ze geboren is en wat ze allemaal in haar leven heeft gedaan, want dat kan u straks in alle rust beluisteren via de podcast ‘Vrouwen des Huizes’. Wat ik wil meegeven vandaag, is waarom de hertogin het verdient om herinnerd te worden in haar stad.
Toen ik met mijn echtgenoot sprak over vandaag, zei die “Awel, ze zou content geweest zijn”. Mijn reactie daarop was onmiddellijk “Content, content, ze zou een pak meer toeters en bellen en ceremonie hebben geëist, en waarschijnlijk nog een grote processie met alle religieuze ordes van de stad om de gelegenheid op gepaste wijze te vieren. Want Anna van Croy wist heel goed wie ze was en op welke trede van de sociale ladder ze stond.
Maar hoe maak ik duidelijk wat voor een impact de hertogin kon hebben op haar stad? Ik kreeg de opdracht voor vandaag om op zoek te gaan naar een anekdote, iets dat zou aantonen welke band zij met Aarschot had of iets dat zou kunnen aantonen hoe belangrijk zij voor de inwoners is geweest. Ik wist eigenlijk meteen waarover ik wilde vertellen, vooral gezien de locatie van dit plein.
Hier om de hoek iets verder namelijk, bevindt zich zoals u weet het Begijnhof van Aarschot. Op 10 augustus 1632 gebeurde daar iets vreselijks. De burgemeesters van de stad kwamen onverwacht bij de begijnen aankloppen. Ze eisten dat de hofmeesteres, Marguerite Boterpot, haar deuren opende en acht Spaanse soldaten zou inkwartieren op kosten van de gemeenschap begijnen. Marguerite weigerde, want de begijnen waren op grond van bepaalde privileges - die hen onder andere waren verleend door de hertogen van Aarschot - vrijgesteld van inkwartiering.
Daarop braken de soldaten in het Begijnhof in. Ze klauterden over de muren, maakten de sloten van de poort kapot, en staken bundels hout of fakkels in brand op het Begijnhofplein. De begijnen werden gechanteerd: ofwel inkwartiering toestaan, ofwel zouden de soldaten het Begijnhof in brand steken. De begijnen hadden dan wel geen keuze, nauwelijks drie dagen later vertrok er een brief naar het kasteel van Edingen, naar Anna van Croy.
En die brief vertelt heel sprekend wat er is gebeurd, maar ook welke privileges de begijnen hadden en ze vermeldden er uiteraard ook bij dat het eigenlijk de fout was van die vermaledijde burgemeesters en dat ze die alweer maar eens voor het gerecht moesten dagen, want die burgemeesters schijnen wel vaker vergeten te hebben welke rechten de begijnen genoten. Als burgemeester van Aarschot, mevrouw Rutten, had u dus wel nog een historische schuld openstaan daarvoor, maar die heeft u dan ruimschoots goedgemaakt denk ik. De brief van Marguerite Boterpot eindigde met een smeekbede voor hulp, voor interventie.
Want als de lokale autoriteiten zich tegen je keren en het leger een autoriteit op zichzelf is, waar je ook niks tegen kunt doen, dan is het logisch dat je de dame van je stad voor je kar probeert te spannen. Want de hertog of hertogin van Aarschot was de opperste autoriteit, er stond geen instantie hoger aan het roer. En de hertogin van Aarschot had één ding, dat geen enkele lokale autoriteit bezat, en dat was een rechtstreekse lijn naar de powers that be, zoals dat heet, naar het hof dus, en per definitie dus ook naar de top van de legerleiding.
Die ene brief uit 1632 zegt heel veel. Die zegt ten eerste dat Anna van Croy, waarvan altijd aangenomen werd dat ze niet met Aarschot was bezig geweest, zelfs nog in 1632 gekend was als persoon met de macht om inwoners van Aarschot te helpen en tussen te komen in beslissingen van het gemeentebestuur. Zij was de vrouw die je moest contacteren wanneer er problemen waren. Die brief bewijst dat het oude verhaal (dat zegt dat de zoon van de hertogin het hier alleen voor het zeggen had sedert ongeveer 1619) onzin is. Want onderdanen wisten heel goed bij wie ze moesten zijn voor hulp.
Die brief zegt ook iets over de politieke macht van vrouwen. Want niet alleen weten we nu dat die begijnen hun mannetje konden staan en er niet voor terugdeinsden om juridische stappen te ondernemen tegen de burgemeesters. We weten ook dat de ultieme route om die Spaanse soldaten buiten te mikken, via de hertogin van Aarschot liep en dat die verondersteld werd om genoeg politiek gewicht in de schaal te kunnen leggen om zelfs tegen dat machtige bastion van het Spaanse leger en het hof in Brussel in te gaan. Dat betekent dat de hertogin ook in 1632 nog, slechts enkele jaren voor haar dood, een stevige reputatie had.
Anna van Croy heeft in 1612 enorm gevochten om de stad en de heerlijkheid Aarschot in bezit te krijgen, want haar eigen broer had dat proberen tegen te houden. Het is dankzij Anna van Croy dat het hertogdom in handen van de familie Arenberg terecht gekomen is, die het hertogdom na Anna nog een paar eeuwen in bezit had. En op het einde van haar leven, zelfs toen ze al bijna 30 jaar in Edingen woonde, bleef ze zich volledig identificeren met Aarschot, met het hertogdom. En dat weten we doordat het grootste en politiek belangrijkste legaat in haar testament ook bestemd was voor Aarschot. Uiteindelijk zou de stad dat geld kwijtspelen, door haar eigen koppigheid (geen idee of dat een Aarschotse karaktertrek is). Maar het is fijn dat de stad de enige hertogin in een lange rij hertogen, van Croy’s tot Arenbergs, vandaag wil erkennen voor haar belang.
En ach, ze zou het misschien wel raar gevonden hebben, maar misschien moet ik toch ook in haar naam de stad en burgemeester Rutten, zelf ook de eerste vrouwelijke burgemeester in een lange rij mannen, hartelijk danken voor die eer en voor die erkenning.